Trekkingsrecht (CAO-bedrijfsopleidingsplan)
Nu supplementair 'Trekkingsrecht bis' mogelijk via AVANTI-plan

A. Trekkingsrecht

Wat?
De textiel- of breigoedonderneming die haar arbeid(st)ers, bedienden en/of werkzoekenden vorming aanbiedt binnen het kader van een goedgekeurd opleidingsplan (zie ook verder onder ‘Bedrijfsopleidingsplan’), kan een gedeelte van de kosten hiervan recupereren.

Deze recuperatie kan op basis van een trekkingsrecht bij het Waarborg- en Sociaal Fonds (arbeiders) of het Fonds voor Bestaanszekerheid van de textiel- en breigoednijverheid (bedienden).
Het trekkingsrecht bedraagt per onderneming en per kalenderjaar max. 0.10% van de loonmassa van de werknemers van de onderneming.

De kosten die men kan inbrengen zijn:
  • voor alle opleidingen:
    • bezoldigingen van de werknemers in opleiding gedurende de opleiding
    • de verplaatsings- en verblijfskosten van de deelnemers voor zover ze rechtstreeks met de opleiding verband houden
  • voor interne opleidingen:
    • de bezoldigingen van het personeel dat instaat voor de opleiding
    • het personeel dat hetzij voltijds, hetzij deeltijds instaat voor de organisatie of de administratieve aspecten van de opleiding
  • voor externe opleidingen:
    • de kosten welke worden aangerekend door het opleidingsorganisme en rechtsreeks met de opleiding verband houden
    • de uitsluitend voor de opleiding gebruikte benodigdheden die de onderneming niet zou hebben aangekocht indien de opleiding niet had plaatsgevonden.

Voor wie?
Voor werkgevers van arbeid(st)ers (PC 120) en bedienden (PC 214) uit de textielsector en / of voor werkzoekenden (enkel arbeiders), behalve voor paritair subcomité 120.01 (Verviers), 120.02 (vlas) en 120.03 (jute).

Wanneer en hoe aanvragen?
AANVRAAG
De onderneming moet haar aanvraag voor toekenning van het trekkingsrecht indienen bij het Waarborg- en Sociaal Fonds (voor arbeiders) of het Fonds voor Bestaanszekerheid (voor bedienden).

2009 – 2010: Alleen de kosten voor vorming, die gerealiseerd werd in de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2010 in het kader van een goedgekeurd opleidingsplan, komen in aanmerking voor het trekkingsrecht.
Daartoe stuurt men uiterlijk op 15 december 2009 per aangetekende brief een exemplaar van het goedgekeurde opleidingsplan naar het Waarborg- en Sociaal Fonds (arbeiders) of het Fonds voor Bestaanszekerheid (bedienden).

UITBETALING
De uitbetaling van het trekkingsrecht gebeurt na bewijs van de gedane kosten. Het volstaat dat de onderneming de gedane kosten bewijst ten belope van het trekkingsrecht.
Het bewijs van de gedane kosten voor 2009 dient uiterlijk op 31 maart 2010 bij het Waarborg- en Sociaal Fonds of bij het Fonds voor Bestaanszekerheid ingediend te worden. Het bewijs voor 2010 dient uiterlijk op 31 maart 2011 ingediend te worden.
Een afschrift van het bewijs van de gedane kosten moet ook worden overgemaakt aan de leden van de ondernemingsraad, of bij ontstentenis de syndicale delegatie, of bij ontstentenis aan het regionaal contactcomité.

Waarborg- en Sociaal Fonds / Fonds voor Bestaanszekerheid
Poortakkerstraat 100
9051 Sint-Denijs-Westrem



B. Bedrijfsopleidingsplan

Wat?
Het opleidingsplan wordt op niveau van de onderneming opgesteld.
Alle mogelijke opleidingen komen hiervoor in aanmerking.
Het betreft zowel interne als externe opleidingen, opleidingen die de onderneming zelf organiseert en uitvoert (‘training on the job’) als opleidingen waarvoor zij beroep doen op externe opleidingsaanbieders (bv. Cobot).
Ook de opleidingen die betrekking hebben op de thema’s veiligheid, gezondheid en milieu en die al dan niet door de reglementering terzake zijn opgelegd, kunnen in aanmerking komen voor opname in het opleidingsplan en het trekkingsrecht.
Het opleidingsplan moet tegemoetkomen aan de opleidingsbehoeften van de werkgever en de arbeid(st)ers en / of bedienden.

De hieraan verbonden kosten kunnen in het kader van het trekkingsrecht (zie ook onder ‘A. Trekkingsrecht’) gedeeltelijk teruggevorderd worden tot een maximum van 0.10% van de loonmassa van de werknemers van de textielonderneming.

Voor de periode van 1/1/2009 tem 31/12/2010 heeft het opleidingsplan betrekking op opleidingen die in de periode van 1/1/2009 tem 31/12/2010 zullen gerealiseerd worden

Voor wie?
Voor werkgevers van arbeid(st)ers (PC 120) en bedienden (PC 214) uit de textielsector en / of voor werkzoekenden (enkel arbeiders), behalve voor paritair subcomité 120.01 (Verviers), 120.02 (vlas) en 120.03 (jute).

Wanneer en hoe aanvragen?
Voor de opmaak van een opleidingsplan kan beroep gedaan worden op Cobot of Cefret. Er wordt telkens een apart opleidingsplan opgesteld voor arbeiders en bedienden.
In het opleidingsplan worden de inhoud van de geplande vorming, het aantal betrokken arbeid(st)ers of bedienden en de voorziene tijdsbesteding voor de vorming vermeld.

Het opleidingsplan moet vervolgens door de werkgever voorgesteld worden aan de ondernemingsraad, of bij ontstentenis aan de syndicale delegatie of bij ontstentenis aan het regionaal contactcomité. Daarna wordt het plan door voormeld orgaan besproken, goedgekeurd en opgevolgd.
In de regionale contactcomités gebeurt de opvolging aan de hand van de nodige documenten, voorgelegd door de betrokken onderneming.
Indien het regionaal contactcomité, door onvoldoende informatie, haar opdracht niet kan uitvoeren, kunnen de vakbonden een beroep doen op de syndicale techniekers, overeenkomstig de geëigende procedure in de textiel- en breigoedsector.

Ingeval het opleidingsplan niet goedgekeurd wordt in het voormeld orgaan, kan de werkgever het voorleggen aan de paritaire werkgroep, opgericht in de schoot van het paritair comité. Deze paritaire werkgroep zal de eindbeslissing omtrent het opleidingsplan nemen.

De onderneming die haar arbeid(st)ers, bedienden en/of werkzoekenden vorming aanbiedt binnen het kader van een goedgekeurd opleidingsplan, kan een gedeelte van de kosten hiervan recupereren op basis van een trekkingsrecht bij het "Waarborg- en Sociaal Fonds (arbeiders) of het Fonds voor Bestaanszekerheid (bedienden) van de textiel- en breigoednijverheid" (zie ook onder ‘A. Trekkingsrecht’).