Wat?
Invoegbedrijven zijn ondernemingen die bereid zijn kansengroepen een duurzame tewerkstelling te garanderen met aandacht voor opleiding en begeleiding in een arbeidsomgeving waar maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) centraal staat.
Door het Vlaams Gewest worden zij hiervoor ondersteund met een loonsubsidie voor de tewerkgestelde personen:
- tijdens het 1ste jaar: 35% tot 50% van de loonkost (afhankelijk van de grootte van de onderneming)
- tijdens het 2de jaar: 15% tot 30% van de loonkost
De maximale loonkost kan 35 500€ zijn.
Het eventuele productiviteitsverlies in de aanvangsfase van de tewerkstelling wordt hierdoor gecompenseerd. De subsidies zijn zowel van toepassing voor startende als voor bestaande ondernemingen. De invoegsubsidies kunnen bovendien met alle andere tewerkstellingsmaatregelen worden gecombineerd.
De erkenning als invoegbedrijf is 8 jaar geldig, vanaf de indiensttreding van de eerste invoegwerknemer.
Voor wie?
Alle commerciële bedrijven, startende of bestaande, die oog hebben voor een sociale en duurzame toekomst en hun personeelsbehoeften geheel of gedeeltelijk wensen in te vullen met mensen uit de kansengroepen (werkloze laaggeschoolde mensen, mensen met een leefloon, arbeidsgehandicapten en deeltijds lerende jongeren).
Het kan gaan om de creatie van bijkomende tewerkstelling via nieuwe activiteiten, via uitbreiding van bestaande activiteiten of de outsourcing van bepaalde taken.
Enkel personen die voldoen aan onderstaande voorwaarden komen in aanmerking voor het statuut van invoegwerknemer:
- persoon bij wie de trajectmatige begeleidingsactie uitwijst dat hij niet dadelijk toeleidbaar is naar de reguliere arbeidsmarkt en die de dag voor zijn aanwerving beantwoordt aan een van de volgende kenmerken:
- maximum hoger secundair onderwijs gevolgd;
- hij is jonger dan 50 jaar en minstens twaalf maanden inactief;
- hij is 50 jaar of ouder en ministens zes maanden inactief;
- hij is minstens zes maanden leefloongerechtigde of gerechtigde op financieel maatschappelijke hulp;
- persoon die minstens zes maanden inactief is en behoort tot de doelgroep van de arbeidsgehandicapten;
- de deeltijds werkzoekende leerling van het deeltijds beroepssecundair onderwijs
Gelijkgestelde periodes zijn deze tijdens Art. 60, WEP, sociale werkplaats, beschutte werkplaats, 4 maanden activiteit (bv. ikv interim)
Voorwaarden tot het bekomen van een erkenning als invoegbedrijf?
- De plaats van tewerkstelling waar de invoegwerknemers doorlopend en recurrent activiteiten uitvoeren, moet gevestigd zijn op het grondgebied van het Vlaamse Gewest.
- De onderneming moet voldoen aan de criteria inzake financiële rentabiliteit. Als de onderneming economisch afhankelijk is van slechts één bedrijf, al dan niet een moederbedrijf, dan moet ook dat laatste bedrijf financieel rendabel zijn.
- De onderneming moet de nodige tijd en middelen besteden aan de begeleiding en opleiding van de invoegwerknemers.
- De onderneming moet in haar bedrijfsvoering de principes inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) incorporeren in de bedrijfsstrategie.
- De onderneming moet bereid zijn het medezeggenschap van de werknemers te bevorderen in de onderneming door de bestaande overlegorganen te respecteren en - bij ontstentenis - de nodige initiatieven te nemen om de medezeggenschap van werknemers te bevorderen.
Daarnaast moeten reeds bestaande bedrijven, de leden van een economisch samenwerkingsverband waarbinnen het invoegbedrijf actief is of zal zijn, evenals de aandeelhouders die minstens 25% van de aandelen van het invoegbedrijf bezitten, kunnen aantonen dat:
- de tewerkstelling van de invoegwerknemers bijkomend is in verhouding tot het aantal eigen personeelsleden, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, tewerkgesteld in het bedrijf of de bedrijven in kwestie in de vier kwartalen die voorafgaan aan de aanvraag.
- er geen achterstallige belastingen verschuldigd zijn, noch achterstallige bijdragen, die worden geïnd door de RSZ of door een Fonds voor Bestaanszekerheid of voor rekening van dat fonds;
- ze niet in overtreding zijn met wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende de uitoefening van hun activiteit;
- ze de collectieve overeenkomsten naleven die gesloten zijn binnen de bevoegde paritaire comités.
Naast het voldoen aan de erkenningsvoorwaarden moet een invoegbedrijf de volgende verbintenissen onderschrijven en naleven:
- de invoegwerknemers met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur in dienst nemen;
- de invoegwerknemers de in de sector vigerende lonen uitbetalen; als er twijfel bestaat over de toepassing van het correcte paritair comité moet dadelijk het advies van de bevoegde instantie, het ‘Toezicht op de Sociale Wetten’, te worden ingewonnen;
Wanneer en hoe aanvragen?
De Regionale Startcentra begeleiden de bedrijven tijdens de aanvraagprocedure maar ook na de erkenning kunnen de invoegbedrijven blijvend managementondersteuning krijgen. De 13 Startcentra zijn evenwichtig verspreid over Vlaanderen, zodat elk bedrijf een beroep kan doen op een Startcentrum in de eigen regio.
De aanvrager of onderneming die een erkenning als invoegbedrijf wenst en die invoegwerknemers wil aanwerven, richt een aanvraag tot het Departement WSE met een formulier dat de administratie ter beschikking stelt.
Bij de aanvraag moeten steeds de volgende stukken gevoegd worden:
- de statuten of ontwerpstatuten van de onderneming;
- een plan voor de opleiding en de begeleiding van de invoegwerknemers;
- een actieplan betreffende het incorporeren van MVO in de bedrijfsstrategie van de onderneming;
- een loonkostenberekening op basis van het bevoegde paritair comité;
- een ondernemingsplan;
- een financieel plan voor de komende 4 jaar met inbegrip van een resultatenprognose, een balansprognose en een liquiditeitsplan.
Een bestaande onderneming moet bij de aanvraag bovendien de volgende documenten voegen:
- de meest recente jaarrekening met toelichting;
- een advies van de ondernemingsraad of van de vakbondsafvaardiging als die aanwezig is.
Aanvragen waarbij een van voormelde stukken ontbreken, worden als niet ontvankelijk beschouwd en bijgevolg niet in procedure gezet.
De aanvraag die formeel ontvankelijk werd verklaard wordt doorgestuurd voor advies aan het Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité (RESOC).
Het RESOC brengt een advies uit ten aanzien van de minister binnen dertig kalenderdagen.
De aanvraag wordt ook doorgestuurd naar het doorlichtingsteam. Dit is een door de minister erkend team van deskundigen in de adviesverlening in de sector van de sociale economie. Het doorlichtingsteam brengt tevens een gemotiveerd adviesrapport uit ten aanzien van de minister binnen dertig kalenderdagen.
Het Departement WSE bundelt het advies van het RESOC en het rapport van het doorlichtingsteam en legt het voor aan de adviescommissie. De adviescommissie formuleert een advies over de erkenning dat door het Departement WSE samen met alle beschikbare informatie aan de minister wordt voorgelegd.
De minister beslist op basis van alle beschikbare informatie om een invoegbedrijf al dan niet te erkennen en om het gevraagde aantal invoegwerknemers geheel of gedeeltelijk toe te kennen.
De erkenningsbeslissing omvat naast de eigenlijke erkenning het aantal toegekende voltijdse equivalente invoegwerknemers. Per toegekende voltijdse equivalent wordt de loonpremie op jaarbasis vermeld.
De toeleiding van de invoegwerknemers gebeurt via VDAB. De diensten van VDAB gaan na of een bepaalde werkzoekende in aanmerking komt om als invoegwerknemer tewerk gesteld te worden. Indien dit zo is, levert zij hiertoe een attest af. Pas wanneer dit attest in het bezit is van de werkgever, kan de persoon worden aangeworven als invoegwerknemer.
De aanwerving van de eerste invoegwerknemer moet plaatsvinden binnen een periode van zes maanden vanaf de betekening van de erkenningsbeslissing. De indienstneming van het totale aantal toegekende voltijds equivalente invoegwerknemers, moet plaatsvinden binnen een periode van vier jaar vanaf de indiensttreding van de eerste invoegwerknemer. Voor de invoegwerknemers die niet binnen de vastgelegde aanwervingstermijn in dienst werden genomen, vervalt het recht op de toegekende premie.
Een uit dienst getreden invoegwerknemer kan, met behoud van de toegekende premie, worden vervangen als die vervanging plaatsvindt binnen de zes maanden te rekenen vanaf de dag van de uitdiensttreding van de te vervangen invoegwerknemer. Als de invoegwerknemer niet binnen de vervangingstermijn in dienst werd genomen, vervalt het recht op de toegekende premie voor de openstaande arbeidsplaats. Een verlenging van deze termijn is niet mogelijk
Een uitbreiding van het oorspronkelijk aantal toegekende invoegwerknemers kan worden aangevraagd binnen een periode van vier jaar vanaf de indiensttreding van de eerste invoegwerknemer.
Meer informatie: http://www.vlaanderen.be/werk en doorklikken naar ‘Invoegbedrijven’.
Meer informatie over maatschappelijk verantwoord ondernemen: http://www.mvovlaanderen.be |